Albulapas en Julierpas

Albulapas, Rätische Bahn en de Julierpas 

De Albulapas ligt in Zwitserland

De Albulapas en de Julierpas zijn twee fantastische passen om doorheen te rijden, maar ook om er te

Het uitzicht vanuit ons huisje In Brienz (Zwitserland) , dat dicht bij de ingang van de Albulapas ligt, is formidabel.
Het uitzicht vanuit ons huisje In Brienz (Zwitserland) , dat dicht bij de ingang van de Albulapas ligt, is formidabel.

gaan wandelen en in alle rust te genieten van de prachtige, robuuste en wilde natuur. We hebben een huisje gehuurd in Zwitserland, want we willen de beroemde Albulapas (waar de Rätische Bahn met haar mooie, rode treintjes door trekt) en ook de Julierpas bezoeken.  Om precies te zijn in Brienz (Brinzauls in het Reto-Romaans), een dorpje op een helling boven Tiefenkastel dat op een kruising van wegen ligt tussen Chur, Davos, Thusis en St. Moritz.

We kunnen alle kanten op

We kunnen dus alle kanten op. Goed, dat we al in februari geboekt hebben, want de laatste weken is de waarde van de euro gedaald en de Zwitserse Frank ten opzichte daarvan gestegen. Die staat nu ongeveer gelijk aan de euro en dat merken we al direct als we de eerste verse boodschappen gaan halen. Zwitserland is niet alleen erg mooi, maar ook duur.

De omgeving

Vooral de omgeving van Tiefenkastel is prachtig! Vanuit ons huisje hebben we een fantastisch uitzicht op Tiefenkastel en de tegenoverliggende bergen.

 

De ruige Albulapas

Het weer is niet al te best, zoals deze zomer in heel Europa het geval is, maar we zijn heel nieuwsgierig naar onze omgeving en vooral naar de diverse passen. De volgende dag gaan we dus meteen op pad. Via Tiefenkastel rijden we richting Albulapas. De Albulapas is ruiger, wilder en steiler dan de Julierpas. De Julierpas is de hele winter bereikbaar, maar de Albulapas niet. Die is meestal vanaf oktober/november tot april gesloten.

Een camping

We komen langs Alvaneu Bad, dat een “Thermalbad” heeft en een prachtige, afwisselende golfbaan. Er ligt ook een camping. In dit gedeelte van Graubunden wordt nog veel Reto-Romaans gesproken, een taal

Door de Albulapas slingert de Rätische Bahn zich via tunnels en serpentines omhoog naar de pas.
Door de Albulapas slingert de Rätische Bahn zich via tunnels en serpentines omhoog naar de pas.

die onderdeel is van de Romaanse talen, maar heel “buitenlands” aandoet. Dorpjes en stadjes hebben dan ook vaak heel vreemde namen. Het spoortje van de “Rätische Bahn”, een van de beroemdste treintrajecten van de wereld en vooral geliefd bij

treinfanaten en bouwers van modelbouwbanen, begeleidt ons.

Filisur

De "Rätische Bahn" in het Albuladal kruipt langzaam en zigzaggend door het dal omhoog.
De “Rätische Bahn” in het Albuladal kruipt langzaam en zigzaggend door het dal omhoog.berg hoogte winnen.

Na het dorp Filisur, dat al op 1032 meter ligt, zijn we het rode treintje even  kwijt, maar daar moet het ding via een bocht in de berg hoogte winnen.

 

Val Tuors, een zijdal van de Albulapas

Achterin Val Tuors, een zij dal van de Albulapas, ligt het dorpje Chantz.
Achterin Val Tuors, een zij dal van de Albulapas, ligt het dorpje Chantz.

Vanaf daar stijgt de weg dan ook stevig.  Bij het dorpje Latsch rijden we even Val  Tuors in, een stil, maar ruig en mooi dal. Aan het einde ligt op 1822 meter  het boerendorpje Chants, dat behalve een aantal oude boerderijen ook een  klein restaurantje herbergt.

Latsch

 

 Op de parkeerplaats zien we echter dat we beneden in het plaatsje Latsch blijkbaar een parkeerkaart hadden moeten kopen, dus na wat foto’s stappen we maar weer in en rijden terug. Het dal van Tuors is ruig en wild en het is niet moeilijk om te zien waarom er hier zo weinig mensen wonen.
De “Rätische Bahn” rijdt door de Albulapas. De beek in Val Tuors, een zij dal van de Albulapas. Vooral in het voorjaar moet de wilde beek hier flink huishouden.
Het is grappig om te zien hoe de weg en de “Rätische Bahn” elkaar doorlopend kruisen in het mooie, maar zeer smalle dal. De trein maakt in de bergen links en rechts van de weg in totaal maar liefst drie complete cirkels in tunnels om het hoogteverschil te kunnen overbruggen. Daarnaast rijdt hij over bruggetjes heen en weer. Het is een lust om te zien. Alsof je midden in een modelbouwspoor zit, maar dan in het echt en levensgroot. Veel wandelaars en automobilisten zie je dan ook met de camera in de aanslag wachten op de trein, die elk half uur verschijnt: naar boven of naar beneden.

Goed berijdbare weg

De bochtige weg door het smalle dal wordt niet alleen goed bereden, maar ook druk gebruikt door

De beek in Val Tuors, een zij dal van de Albulapas.
De beek in Val Tuors, een zij dal van de Albulapas.

wielrenners en motorrijders. Het is dus goed uitkijken, maar met wat goede wil van beide kanten is het eigenlijk geen probleem. De weg zelf is goed berijdbaar, alleen boven, dicht bij de pasovergang, wordt de weg erg smal en is het oppassen geblazen. Op het smalste deel van de pas kun je goed zien waar de Zwitsers en Oostenrijkers zo goed in zijn. Als er geen weg is, plakken ze er gewoon een tegen de berg.

 

Op de top van de Albulapas!

Boven is het prachtig! Het dal wordt weids en op de hellingen grazen koeien. Hier en daar ligt

Geen weg langs de rotsen van de Albulapas? Dan maken we er een.
Geen weg langs de rotsen van de Albulapas? Dan maken we er een.

een boerderij, vaak van natuursteen en hout gebouwd. Verderop wordt het formidabel, tenminste voor wie van de ruige natuur houdt. Links en rechts liggen de rotsblokken in hopen, alsof de bergen elkaar ermee bekogeld hebben. Bij het restaurant op de pas stoppen we even, maar het is erg winderig en koud, dus na een paar foto’s van het groene stuwmeertje op de pas stappen we snel weer in en rijden via kleine dorpjes met namen als Spinas, Bever en Samedan richting St. Moritz.

3 Meren

Dat is een echte luxe bergstad. Bedoeld om de rijken ter aarde al het mogelijke te bieden, maar het is

De Silvaplanersee, die tussen de Albulapas en de Julierpas ligt, is een Mekka voor watersporters.
De Silvaplanersee, die tussen de Albulapas en de Julierpas ligt, is een Mekka voor watersporters.

ook voor gewone toeristen erg leuk om er even rond te kijken. St. Moritz ligt op 1822 meter hoogte en is in de winter dus ook sneeuwzeker. Het dal is breed, maar wordt voor een groot gedeelte in beslag genomen door drie bergmeren: de St.Moritzersee, de Silvaplanersee en de Silsersee, die in de zomer gebruikt worden voor watersporten.

Zeilboten op het meer

We zien vooral op de Silvaplanersee zeilboten, motorboten, surfers en kitesurfers die dank zij de wind vanuit de Majolapas met fikse vaart over en boven het meer dansen. Het is mooi om te zien.

De Julierpas en Sankt Moritz

Bij het dorp Silvaplana slaan we rechtsaf, richting Julierpas, want St. Moritz  ligt in het uiterste dal van het Inntal en behalve via dat dal kan men het stadje met de auto alleen via de een of andere pas bereiken en weer verlaten. Al die passen zijn prachtig, maar de Julierpas is, naast de Albulapas, een van mijn favorieten. Boven op de pas is het woest, onherbergzaam en steenachtig.

Prachtig landschap

Een machtig mooi landschap, hoewel wat minder ruw dan de Albulapas. Je voelt je klein in die grootse natuur. We stappen uit en wandelen wat rond. Goed dat we de bergschoenen mee hebben! Ondanks de rauwe omgeving zien we in de verte nog koeien grazen. Het weinige groen hierboven wordt blijkbaar toch nog gebruikt. De bergen staan in een prachtige gloed van de late middagzon.

Lago di Marmorera

Na het dorpje Bivio komen we bij het Lago di Marmorera, een mooi, groen stuwmeertje. Via plaatsjes met namen als Sur, Rona en Savognin komen we weer bij Tiefenkastel terug. Nog een stukje naar boven en we kunnen in ons huisje de honger stillen met soep, de meegebrachte koude schotel, gekookte eieren en stokbrood.

Dat smaakt best na die lange trip.

Zin in meer reisverslagen?