Beter opvoeden geldt niet alleen voor de ouders

Beter opvoeden door ouders en leerkrachten

Beter opvoeden is niet gemakkelijk. De opvoeding van onze jeugd staat altijd in de belangstelling. Minister Plasterk riep ooit ouders op “hun kinderen een betere opvoeding te geven”. Lovenswaardig, maar de overheid mag de hand best in eigen zak steken. Zij is er voor een gedeelte zelf de oorzaak van dat ouders en leerkrachten minder tijd hebben voor het opvoeden van kinderen.

Alle kosten zijn gestegen

De laatste tientallen jaren zijn niet alleen de belastingen sterk gestegen. Ook de zorgkosten, de kosten van de energie, verzekeringen, huizen en hypotheken gingen omhoog en ga zo maar door. Het is moeilijk geworden om met een enkel inkomen een huishouden te bekostigen. Vaak zijn er twee inkomens nodig om de zaak rond te krijgen en de kinderen de gelegenheid te geven om hun studie te kunnen volgen. Beter opvoeden is dan ook niet alleen een taak van de ouders, maar ook de overheid moet haar verantwoordelijkheid daarin nemen.

Twee inkomens zijn vaak noodzakelijk

Ouders kunnen er meestal niet onderuit om anderhalf of twee inkomens binnen te halen om alle lasten van hun huishouden te kunnen betalen. Hun kinderen moeten vaak naar de (ook alweer dure) kinderopvang of naschoolse opvang. Daar hebben de ouders zelf geen of weinig invloed op de opvoedingsregels die er gehanteerd worden. Als de kinderen thuis komen, zijn de ouders vaak moe van het werk. Zij moeten dan nog eten koken of hebben andere huishoudelijke taken te doen. Daardoor kunnen zij zich dan ook niet altijd intensief met het opvoeden van hun kroost bezighouden. Het nadeel is dat ouders op die manier weinig tijd krijgen om hun kinderen de opvoeding te geven die zij in een maatschappij zonder deze hoge druk zouden kunnen en willen geven.

Ook leerkrachten moeten beter opvoeden

De scholen hebben jarenlang gezongen dat zij geen opvoedende taak, maar een onderwijzende taak hebben. Dat klopt niet en daar zijn ze intussen ook wel achter. Onderwijzen betekent ook opvoeden en dus beter opvoeden dan tot nu toe op scholen gebeurde. Onderwijzen kan immers pas als de jeugd ook luistert en luisteren doet ze slechts naar diegenen die gezag hebben. Het gezag van de leraar is echter stelselmatig afgebroken. Evenals de politie agent moest de leraar een vriend van de kinderen zijn en op gelijke hoogte met hen kunnen praten. Dat werkt echter totaal niet.

Overwicht hebben bij het opvoeden

Zonder enig overwicht neemt een kind weinig van ouders of leraren aan. Heeft het kind echter respect voor zijn opvoeders en heeft het in de gaten dat deze in staat zijn om hem belangrijke zaken bij te brengen of hem wegwijs te maken in de maatschappij, dan ligt de zaak anders. Daarvoor is echter een bepaalde afstand in de verhouding noodzakelijk. Zodra een puber het idee heeft dat hij zijn ouders en/of leraren op dezelfde manier kan behandelen (of uitschelden) als zijn leeftijdgenoten, neemt hij ook niets meer van hen aan en is alle moeite die deze personen aan hem besteden verloren tijd. Niet alleen liefde, maar ook respect spelen dus een hele grote rol bij het beter opvoeden van onze kinderen.

 

Geen “u “, maar “jij” en “jou”

De leraar mocht met “jij” en “jou” aangesproken worden, wat de afstand zou verkleinen. Dat klopt inderdaad, maar die afstand is nu juist nodig om te kunnen onderwijzen. Scholen hebben daarnaast de jeugd voor een groot gedeelte van de dag onder hun vleugels. In die tijd behoren zij ook de opvoeding te regelen, liefst in samenspraak en op hetzelfde niveau als de ouders. Leraren hebben immers niet voor niets pedagogie en psychologie in hun opleiding zitten. Een leraar die bijvoorbeeld merkt dat er kinderen in een groep gepest worden, moet daar meteen en daadkrachtig tegen optreden. Hij/zij moet de ouders van pester en van het gepeste kind waarschuwen en met hen een gesprek aangaan.

 

Ook bedrijven hebben een taak binnen de opvoeding

Bedrijven maken steeds meer reclame waarin ze hun klanten met “jij” aanspreken. Zij denken dat dit de afstand tussen het bedrijf en de klant verkort, maar in feite is het een respectloze aanspraak van hun klanten. De jongeren zijn daar vaak al aan gewend, maar de ouderen ergeren zich vaak aan deze manier van aanspreken. Kijk er de omgangsvormen maar eens op na. Het “heurt” niet zo. Beter opvoeden zou ook moeten betekenen dat alle volwassenen in onze maatschappij de omgangsvormen en het respect zouden moeten uitdragen naar anderen en vooral naar de jeugd toe. Alleen al voor hun latere sollicitatiegesprekken zou dat van voordeel zijn.

 

Ook de politie heeft een taak bij het beter opvoeden

Evenals het lerarenkorps heeft ook de politie bij de jeugd gezag verloren en zal dat terug moeten winnen. Ook de politie heeft een taak als opvoeder. De administratieve regels bij de politie zouden een stuk minder moeten, waardoor er vaker politie op straat zou zijn en er meer en direct gereageerd zou kunnen worden. Als er bijvoorbeeld in winkelcentra niet gefietst mag worden, moet dat ook gecontroleerd en niet getolereerd worden. Opvoeden is immers ook een taak van politie en andere gezagsdragers binnen de maatschappij.

 

De overheid eveneens

De overheid heeft boter op het hoofd. Ze kan de burger niet steeds meer laten betalen voor haar eigen wanbeleid. Als de burger ziet dat zijn belastinggeld naar projecten gaat die onnodig duur in de markt gezet worden, of die helemaal onzinnig zijn, verliest hij of zij het respect voor de overheid en zal als hij kan, de belasting ontduiken. Zeker als hij niet veel te besteden heeft en zelf steeds meer moet woekeren om rond te komen.

 

Respect moet verdiend worden

Niemand krijgt zomaar respect. Respect krijgt een ouder van een kind als het merkt dat die ouder er altijd voor hem is en ook alleen beslissingen neemt die in zijn belang zijn. Als dat respect er niet is kan de ouder het kind ook niet opvoeden. Een leraar krijgt pas respect als zijn pupillen weten dat hij interesse in hun persoonlijkheid heeft en hen met de beste bedoelingen naar hun diploma toe werkt. Respect krijgt de politie als ze daadkrachtig kan en mag optreden en niet bang is om ook opvoedend op te treden. Respect krijgt de overheid van haar burgers als die zien dat de overheid hen serieus neemt en de gezagdragers in alle openheid zelf ook de regels voor gezag en orde in acht nemen.

Burgers zijn niet dom

De laatste verkiezingen waren een voorbeeld van gekonkel, toneelspel en manipulatie door de media en geenszins een uitslag waar de burgers mee tevreden waren. De burgers van nu zijn niet dom. In den Haag zitten beslist niet meer hersens dan onder de burgerij. Het is dan ook een groot vraagteken, waarom de diverse leiders van de partijen zich gedragen als kleuters, die niet met elkaar kunnen en willen samenwerken.

 

Lobbyen

Als de overheid het gezag wil herstellen, zou ze eens moeten beginnen met het uitbannen van het zogenaamde lobbyen. Belanghebbenden praten in den Haag met Kamerleden, staatssecretarissen en ministers om het belang van hun gemeente of bedrijf naar voren te brengen. Wel wordt er gesproken over de “bouwfraude”, maar is een directeur die met een Kamerlid of minister praat over het aanpassen van een wet niet net zo verkeerd bezig? En is de minister die daar gehoor aan geeft en het belang van dat bedrijf  in de Kamer naar voren brengt als zijnde het belang van het land niet eveneens fout? Waarom wordt daar nooit iets van gezegd? Iedereen kent immers wel het spreekwoord van de balk in het eigen oog!

Goed voorbeeld geven

Wie beter wil opvoeden moet beginnen met zelf het goede voorbeeld te geven waar het omgangsvormen en sociaal gedrag betreft. Het werkt pas als de jongeren de voorbeelden om zich heen zien. Niet alleen bij ouders, maar ook bij alle gezagsdragers van de maatschappij.

Er moet inderdaad iets veranderen, maar op elk niveau en niet alleen in de opvoeding. Beter opvoeden is inderdaad een taak van ouders, maar het kan alleen als iedereen in onze maatschappij mee doet.

Home

Anneke Cornelissens

Ik ben auteur, tekstverwerker en zelfstandig ondernemer en heb thuis een compleet ingericht en goed functionerend kantoor met een goede computer, gecombineerde printer, scanner, enzovoort. Ik heb momenteel een dubbele functie: a. Schrijver (kinder- en jeugdboeken) b. Auteur/docent van schriftelijk lesmateriaal Maar ik werk ook als schrijver/tekstverwerker in opdracht. Informatie: Ik heb 14 jaar aan school gestaan en heb dus ook een volledig, uitgebreid onderwijsdiploma voor het basisonderwijs, inclusief de hoofdakte. Daarna ben ik gaan schrijven en heb in totaal 18 kinderboeken (educatief + sprookjes) en meisjesromans (“Marijke” boeken) uitgegeven via de Zuid/Nederlandse Uitgeverij in Aartselaar (België.) Op het moment werk ik aan twee manuscripten bij diverse uitgeverijen, waarvan een voor volwassenen: een met als onderwerp "Opvoeden" en een ontwerp voor een sprookjesboek voor kinderen van 3 tot 8 jaar, waarvoor de sprookjes al klaar liggen. Daarnaast heb ik in de laatste 22 jaar meer dan 90 schriftelijke lessen (administratief en andere) opgezet in verschillende vakken voor uitgeverijen van schriftelijke cursussen, waarvoor ik ook de huiswerkcorrecties en de beoordeling van de examens voor mijn rekening nam. Ik schrijf heel graag en in een voor iedereen begrijpelijke taal. Zoals u uit het bovenstaande al kunt opmerken ben ik goed onderlegd en zeer breed geïnteresseerd.