Pesten is gevaarlijk

Pesten is gevaarlijk en kan tot een wanhoopsdaad leiden

Pesten is gevaarlijk, van alle tijden en bijna van alle leeftijden. Zelfs volwassenen worden gepest. Dan noemt men het weliswaar “mobbing” maar het is in feite precies hetzelfde. Pesten drijft veel mensen tot wanhoop. Zelfs zo erg, dat ze hun werk niet meer kunnen doen en hun baan verliezen. Iemand die als kind op school al gepest werd, heeft daar trouwens ook meestal levenslang last van. Het vertrouwen in andere mensen is immers vaak een leven lang geschaad. Men vertrouwt een ander pas als bewezen is dat hij of zij geen kwaad in de zin heeft. Ook het zelfvertrouwen en het zelfrespect krijgen een enorme deuk van het gepest worden.

 

Gevolgen van pesten voor de maatschappij

De gevolgen die dat heeft in het zakelijke en beroepsleven zijn nog nooit uitgezocht. Het zou wel eens in de miljoenen kunnen lopen. Denk maar eens na: een zakenman of zakenvrouw met weinig zelfvertrouwen zal minder snel met een ander in zee gaan. Hij/zij heeft minder durf om aan een eigen bedrijf te beginnen. Deze mensen komen ook minder zeker van zichzelf op anderen over, waardoor het vertrouwen in hen logischerwijze ook minder is om met hen in zee te gaan.

 

Kinderen van de basisschool worden al gepest

Vaak begint het pesten al op de basisschool. Kinderen worden door de pesters soms zelfs gedreigd met extra klappen of erger, om dat niet aan hun ouders te vertellen. Pesters weten zelf dus maar al te goed dat het niet goed is wat ze doen. Leerkrachten zien vaak wel dat er tussen een aantal kinderen in hun klas iets niet klopt. Ze verzuimen dan echter nogal eens om in te grijpen als ze tijdens speeluren zien dat bepaalde kinderen een klasgenootje onder druk zetten. Vaak reageren de surveillanten alleen als de kinderen elkaar fysiek aanpakken. De geestelijke schade door pesten kan echter veel groter zijn dan een pak slaag van een ander kind.

 

Gepeste pubers hebben geen leven

In de puberteit is pesten helemaal een ellende. Een puber is toch al geestelijk niet helemaal in evenwicht door de hormonen en de onregelmatige groei van zijn of haar lichaam. Die onzekerheid kan tot een enorm groot minderwaardigheidsgevoel leiden als de puber op school gepest wordt. Tegenwoordig blijft dat pesten tevens niet meer beperkt tot de schooltijden. Ook buiten de schooltijden kunnen pesters hun pestgedrag met de moderne apparatuur uitbreiden. Via mobiele telefoon, tablet en internet kan men iemand immers zelfs dag en nacht pesten. Lelijke filmpjes en lelijke berichtjes, roddel en achterklap worden supersnel verbreid. De pester kan daarbij zelfs anoniem blijven, wat de mogelijkheid tot verweer al helemaal beperkt.

 

Pesten is, buiten de kleuterleeftijd, van alle leeftijden

Bij volwassenen die op hun werk door collega’s gepest worden, heet het “mobbing”. In feite gaat het echter om hetzelfde onderwerp. Ook de hogere scholen en beroepsopleidingen hebben er blijkbaar last van. Ook daar komen steeds meer bewijzen van naar voren. Volwassen mensen zijn weliswaar iets evenwichtiger, maar op de lange duur kan ook een volwassene er echt ziek van worden, een burn-out krijgen of erger.

 

Kinderen die zelf pesten hebben vaak weinig idee van wat ze aanrichten

De pesters zelf zijn vaak mensen met weinig empathie. Zij kunnen zich moeilijk verplaatsen in andermans aard en andermans gevoelens en denken meestal dat de ander het maar met humor moet oplossen. Zij halen hun eigenwaarde uit het vernederen van anderen. Vaak zijn het dan ook jongeren die moeite hebben met studeren en zelf een minderwaardigheidsgevoel hebben opgebouwd, dat ze met alle macht proberen op te waarderen door over anderen te heersen.

Een “kick”  krijgen van het pesten

Zodra ze zien dat de ander eronder lijdt, geeft hen dat een “kick”. Die kick leidt alleen tot nog meer pesterijen. Het is de taak van ouders en leraren om de jongere te leren dat hij/zij zijn meerwaarde uit de eigen talenten kan halen. Iedereen heeft immers wel iets waar hij goed in is. Juist dat levert meer zelfvertrouwen en zelfrespect op dan het vernederen van anderen. Daarnaast hoort het kind in de opvoeding al op jonge leeftijd te leren om respect voor anderen te hebben. Behalve dat moet het kind leren om medelijden te hebben met mensen (en kinderen) die pijn hebben en minder goed in elkaar zitten. Ook ruzies tussen kinderen onderling moeten niet door hen zelf uitgevochten worden. Tussenkomst van ouders en leraren is altijd noodzakelijk, zeker als de partijen handtastelijk worden.

 

Leraren en onderwijzers moeten letten op het pesten in hun klas

Leraren hebben een groot gedeelte van de dag de jeugd onder hun vleugels. Dat betekent dat zij de jeugd niet alleen les moeten geven, maar in die tijd ook verantwoordelijk zijn voor de opvoeding. De ouders zijn immers niet in de buurt om zaken die verkeerd gaan aan te pakken. Leraren zouden daarom vooral de sociale structuren binnen hun groepen moeten kennen. Dat lukt natuurlijk niet aan het begin van een schooljaar, maar binnen een maand zijn de meeste groepjes wel gevormd en kan men bepaalde structuren herkennen.

 

Les in sociale vorming gaat het pesten tegen

Er moet op basisscholen, voortgezet onderwijs en onderwijs voor beroepsvorming ruimte zijn voor lessen in sociale vorming. Rollenspel kan daar een grote rol in spelen. Kinderen kunnen dan niet alleen leren hoe het voelt om onder aan de sociale ladder te staan, maar leren zo ook gevoel op te brengen voor een ander die het niet zo gemakkelijk heeft als zij zelf. Daarnaast kan men kinderen met weinig zelfvertrouwen daarin sterken en tevens leren hoe zij zich kunnen verdedigen tegen pesters. Vaak letten leraren wel op drukke kinderen die overduidelijk in de klas aanwezig zijn, maar zij zouden ook vooral op de stille kinderen moeten letten. Die vallen meestal in de klas niet op, maar worden wel degelijk beïnvloed door hun klasgenootjes.

 

Geen eigen klas maakt het ontdekken van pestgedrag moeilijker

Op de vervolgscholen heeft elke leraar zijn eigen vak en niet meer zijn of haar eigen klas. Dat maakt het natuurlijk wat moeilijker om structuren te ontdekken dan op de basisschool, maar het is niet onmogelijk. Ook de sociale structuren kunnen tijdens vergaderingen besproken worden. Wat de een niet ziet, ziet de ander wel en als iedereen de ogen open houdt, is het gevaar van grote problemen minder. Uit te bannen is het echter nooit. Dat is een utopie.

 

Een vertrouwensman

Leerlingen moeten bovendien weten naar wie zij met hun problemen naar toe kunnen gaan. Dat moet dan wel iemand zijn die het vertrouwen van de kinderen geniet, een charismatische uitstraling heeft en die het vertrouwen van de kinderen ook niet beschaamt. Op de hele school moet een open structuur zijn, waarin kinderen zich thuis voelen, maar waar tevens een raamwerk van vaste regels is, ook op het sociale vlak, waar iedereen zich aan moet houden. Een duidelijk reglement is daarvoor nodig, maar ook de controle daarop.

 

Contact tussen ouders en school

Het contact tussen ouders en school is soms niet al te goed. Een ouderavond en de “tien minuten gesprekken”, zijn eigenlijk niet genoeg om de echte problemen aan te pakken. Vraag ouders naar de manier waarop hun kind over de school praat. Gaat het er graag naar toe, is het stil en teruggetrokken geworden sinds het schooljaar begon, trekt het zich vaak terug op zijn of haar kamer, enzovoort.

 

Pesten is van alle tijden, maar er is beslist wel wat tegen te doen

De maatschappij is van ons allemaal en iedereen is binnen die maatschappij nodig. De maatschappij moet er voor zorgen dat de jeugd opgevoed wordt in een sociaal klimaat, waarin de sterkeren zorgen voor de zwakkeren en waarin men voor elkaar opkomt.

Opvoeden is niet gemakkelijk, maar iedere ouder wil het beste voor zijn/haar kind. Probeer alert te zijn op eventueel pesten of gepest worden op school, club, stageplaats of werk. Het komt in alle gelederen van onze maatschappij voor.

Anneke Cornelissens

Ik ben auteur, tekstverwerker en zelfstandig ondernemer en heb thuis een compleet ingericht en goed functionerend kantoor met een goede computer, gecombineerde printer, scanner, enzovoort. Ik heb momenteel een dubbele functie: a. Schrijver (kinder- en jeugdboeken) b. Auteur/docent van schriftelijk lesmateriaal Maar ik werk ook als schrijver/tekstverwerker in opdracht. Informatie: Ik heb 14 jaar aan school gestaan en heb dus ook een volledig, uitgebreid onderwijsdiploma voor het basisonderwijs, inclusief de hoofdakte. Daarna ben ik gaan schrijven en heb in totaal 21 kinderboeken (educatief + sprookjes) en meisjesromans (“Marijke” boeken) uitgegeven. Daarvan 18 via de Zuid/Nederlandse Uitgeverij in Aartselaar (België.) Op het moment werk ik aan twee manuscripten bij diverse uitgeverijen, waarvan een voor volwassenen: een met als onderwerp "Opvoeden" en een ontwerp voor een sprookjesboek voor kinderen van 3 tot 8 jaar, waarvoor de sprookjes al klaar liggen. Daarnaast heb ik in de laatste 22 jaar meer dan 90 schriftelijke lessen (administratief en andere) opgezet in verschillende vakken voor uitgeverijen van schriftelijke cursussen, waarvoor ik ook de huiswerkcorrecties en de beoordeling van de examens voor mijn rekening nam. Ik schrijf heel graag en in een voor iedereen begrijpelijke taal. Zoals u uit het bovenstaande al kunt opmerken ben ik goed onderlegd en zeer breed geïnteresseerd.